| Bij een jubileum | ||
Datum: 03-09-2009 | Laatste gewijzigd: 03-09-2009 | |
WOENSDAG GEHAKTDAG Woensdag Gehaktdag is de column van Menno Pot, exclusief voor de AFCA Supporters-club. Menno schreef de supportersroman Vak 127 en het nonfictiewerk De Derby. Over twee weken verschijnt weer een nieuwe column. Op woensdag, uiteraard. Bij een jubileum Vreemd eigenlijk, hoe de dingen werken. Ik ken niemand die het voetbal anno 2009 leuker vindt dan het voetbal van vroeger. De megatransfers, de multimiljonairs, de zaakwaarnemers, de bestuurders en directeuren die niets met voetbal hebben, de beursnoteringen, Engelse clubs die geen Engelsman meer opstellen, steeds verder uitdijende EK′s, WK′s en Europese clubtoernooien... Ik heb nog nooit iemand horen zeggen: "Heerlijk, wat is dat voetbalwereldje toch authentiek en menselijk geworden. Echt een stuk leuker dan vroeger!" Maar toch voltrekken de processen zich, en je vraagt je in je supportersnaïviteit af: waarom eigenlijk? Hoe kan het dat een sport zich onstuitbaar en onomkeerbaar ontwikkelt in een richting die niemand prettig vindt? Het is een paradoxale tragiek: wij, de liefhebbers, hebben de afbraak van ons favoriete spelletje (en van onze favoriete clubs) in feite zelf gefinancierd. Omdat we zo van voetbal houden, is het spel interessant voor grote sponsors geworden. Door de komst van die sponsors (en de tv) valt er voor bestuurders en spelers verschrikkelijk veel geld in het voetbal te verdienen. En dan dringen de verkeerde gasten vanzelf binnen. Waar veel geld te verdienen valt, nemen opportunistische premiejagers vroeg of laat de zaak over en proberen ze financieel het maximale eruit te wringen. Dat de authentieke liefhebberscultuur daarbij sneuvelt, is onbelangrijk: om iets dat je nooit gekend hebt, hoef je ook niet te treuren. Ook bij Ajax heeft dat proces zich voltrokken. Niemand vindt het Ajax van 2009 leuker, authentieker en charmanter dan het Ajax van 1980 of 1960. Maar toch is het de afgelopen 22 jaar zo gelopen als het gelopen is. Ergens onderweg hebben mensen het genereren van veel geld tot prioriteit verheven, en hebben ze (ook voor zichzelf) het salarisniveau ingesteld dat nu normaal is. Ergens onderweg is er achter álle bedragen in de voetballerij (begrotingen, transfersommen, salarissen, prijzen van kaartjes) een extra nul verschenen. Tegen onze wil, maar ook dankzij onze eeuwige belangstelling. Het voetbal? We loved it to death, zoals de Engelsen zeggen. In theorie zouden we het voetbal (en Ajax) op omgekeerde wijze weer kunnen terugclaimen. Als álle voetballiefhebbers van de hele wereld de sport een paar jaar lang totaal, maar dan ook volledig zouden boycotten (geen kaartjes kopen, geen tv kijken, de website niet bezoeken; helemaal niks), dan blijven de stadions leeg, haken de sponsors en tv-zenders af, imploderen de begrotingen, kun je in het voetbal niet meer rijk worden, en dan zoeken de mensen die alleen voor het geld op deze sport afkwamen vanzelf een nieuwe sector uit om te exploiteren. Dan blijven de oude verenigingen als lege hulzen achter en heeft het voetbal een schone lei. In theorie is zo′n nieuwe start mogelijk, maar in de praktijk natuurlijk niet: de geldjongens hebben de wereld van het voetbal inmiddels zo ingericht dat je ze er niet meer uit krijgt, en bovendien krijg je het niet voor elkaar dat alle liefhebbers tegelijk tot zo′n boycot overgaan. We zijn dus gedoemd ons favoriete spelletje met zijn allen om zeep te helpen, al willen we het eigenlijk niet. Het enige dat wat we - op weg naar de afgrond - kunnen doen, is ons verenigen in onafhankelijke liefhebbersverenigingen als de AFCA Supportersclub, en vechten voor kleine dingetjes: voor rood-witte stoeltjes in de ArenA, voor betaalbaar eten en drinken, tégen de steeds hogere toegangsprijzen. We kunnen ons opwerpen als cultuurbewakers. We kunnen de club duidelijk maken dat we, als we dan toch niks winnen, liever onze eigen Robbert Schilder rare dekkingsfouten zien maken dan Thimothée Atouba. En dat we op de rechtervleugel liever Daniël de Ridder hadden zien falen dan Kennedy Bakirçioglü. Dan waren we als topclub misschien ook wel gekapseisd, maar in elk geval op onze eigen voorwaarden. Het voetbal is overgenomen door mensen die ermee zijn gaan speculeren, en dat is voor veel clubs (waaronder Ajax) verkeerd uitgepakt. Ooit hadden we een prachtvereniging én grote successen. Dat die successen konden stoppen, wisten we. Hoort bij sport. Maar achteraf hadden we niet toe moeten staan dat mensen de prachtvereniging hebben opgeofferd omdat ze meenden dat we alleen dan de grote successen konden behouden. Dertien jaar later hebben we namelijk niks meer: geen prachtvereniging én geen successen. We hebben gegokt en verloren. "Helemaal niets in Amsterdam." Alles wat we nu nog kunnen doen is ons groeperen en proberen in elk geval iets van de oude sfeer te herstellen. Zorgen dat we gehoord worden en dan maar hopen dat ze een beetje, een heel klein beetje naar ons luisteren. En als ze dat niet doen, kunnen we desnoods ooit proberen de vereniging AFC Ajax los te scheuren van het ArenA-bedrijf en opnieuw beginnen met een "club van de fans", zoals dat in Engeland tot AFC Wimbledon en FC United of Manchester heeft geleid. Saamhorigheid is altijd belangrijk, zelfs als je al verloren hebt. De AFCA Supportersclub is ons vehikel. Iedere Ajacied zou lid moeten zijn. Ik feliciteer de AFCA Supportersclub met het tienjarig bestaan en wil alle Ajacieden bedanken die zich de laatste tien jaar, namens deze vereniging én haar voorlopers, hebben ingezet voor de Ajax-cultuur en de Ajax-supporters. Jullie deden en doen ongelooflijk belangrijk werk, waar ik diep voor buig. Het verminkingsproces dat zich de voorbije tien jaar in het voetbal (en bij Ajax) heeft voltrokken, hebben jullie niet kunnen keren. Maar jullie hebben gedaan wat in jullie macht lag. Bedankt en keep up the good work. Jullie verdienen onze steun. | ||
Terug naar columns | ||







